Verslag lezing (mis)diagnoses en therapie bij hoogbegaafde volwassenen

(Mis)diagnoses en therapie bij hoogbegaafde volwassenen

Verslag van de lezing HB-Café Utrecht – 22 september 2017

GZ-psycholoog Zenda Franssen werkt in haar vrijgevestigde praktijk in Utrecht veel met hoogbegaafde volwassenen.

Bij de start was het even spannend of de powerpoint-presentatie ingeschakeld kon worden op het systeem van de locatie Se7en. Zenda Franssen ging hier open, menselijk en professioneel mee om, en liet zich zien. Hiermee werd de toon gezet wat de rest van de avond aanwezig bleef.

Het was een bevlogen lezing waarbij de aanwezigen spontaan hun ervaringen en hart luchtten en vragen stelden die Zenda gaandeweg meenam en samenbracht in haar presentatie. 

Het bleek al snel dat het thema (mis)diagnoses bij hoogbegaafde volwassenen niet zomaar een thema is. Hoogbegaafde volwassenen die om hulp vragen bij Geestelijke gezondheid zorg (GGZ) zijn vaak vastgelopen in hun leven omdat ze van jongs af aan niet herkend, erkend en gespiegeld zijn geweest in wie ze zijn. Dit kan tot problemen leiden. Angst om niet begrepen te worden, onzekerheid, negatief zelfbeeld, problemen om aansluiting te vinden en zelfs depressies, zijn hier voorbeelden van. Maar eenmaal met een hulpvraag bij de GGZ, wordt normaal gedrag voor hoogbegaafden met de ‘bril der stoornissen’ benaderd. Zo krijgen veel hoogbegaafden labels als ASS of ADHD.

De Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) werkt vanuit het medische model. Maar is dit wel de juiste keuze als het om de psyche gaat? De vraag wat de geest is en hoe we dan zouden weten of er sprake is van geestelijke ziekte of gezondheid, is immers niet goed beantwoorden. 

Geestelijke stoornissen staan beschreven in het handboek ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’ (DSM). Ze zijn vanuit een normatief systeem opgesteld. Over de oorzaken van de stoornissen is geen overeenstemming. Oorspronkelijk was het handboek bedoeld als hulpmiddel om de communicatie tussen hulpverleners eenvoudiger te maken, maar inmiddels wordt er door allerlei instanties, met alle gevolgen van dien, meer en meer gebruik van gemaakt.

Zenda haalt Allen Frances aan, een psychiater en voorzitter van de vorige DSM die zich hard maakt vanwege een verkeerd gebruik van het handboek. Hij waarschuwt dat diagnoses ook schade kunnen toebrengen. Ook laat Zenda een videofragment zien van psychiater Dirk de Wachter. Hij vindt dat we ervoor moeten waken gewone menselijke problemen in een psychiatrisch hokje te stoppen. Onze maatschappij verhardt en wordt steeds prikkelvoller, sneller, drukker. De ongevoeligheid van de maatschappij’ is volgens de Wachter een veel groter probleem dan mensen die gevoelig reageren op de wereld om hen heen. 

De laatste jaren is de vraag om professionele hulp toegenomen merkt ook Zenda. Factoren die wellicht meespelen zijn: ‘meten is weten’, verhoogde prestatiedruk, digitalisering en facebookcultuur en de maakbaarheid van geluk (i.p.v. alle gevoelens en emoties te omarmen).

Hoogbegaafdheid (hb) is geen afwijking of stoornis maar anders zijn. Zo wordt de intensiteit van een hb-er wordt vaak als ‘té’ ervaren. Te gevoelig, te complex, te veeleisend, te gedreven, te snel of te ongeduldig. Als hb-ers aanhoudend niet (positief) gespiegeld worden in eigenschappen die voor hen essentieel zijn en aan verwachtingen van de omgeving proberen te voldoen tegen hun natuur in, kan dat tot psychische problemen leiden.

DSM-labels of classificaties zijn geen echte diagnoses. Het zijn afgesproken categorieën. Ze zijn zo breed gedefinieerd dat er veel overlap, zowel tussen de categorieën zelf, als met normaal gedrag (van vooral hoogbegaafden). Maar niet alleen dat is zorgelijk: erger is dat gewoon menselijk lijden ook goed te plaatsen in een een van de categorieën. Francis schat in dat 43% van de Europeanen in aanmerking komt voor een DSM-stoornis. 

Omdat we de neiging hebben te ‘verdinglijken’ maken we van DSM categorieën maar al te makkelijk oorzaken. Iemand gedraagt zich dan volgens ons drukker omdat hij ADHD heeft, in plaats van dat hij drukker gedrag laat zien dan gemiddeld en wij ons bewust zijn dat we daar een label ADHD aan hebben gehangen. Omdat mensen die een dergelijk label krijgen ook lijdensdruk hebben, lijkt dat logisch maar zo komen verstoringen tussen mensen als stoornissen in mensen terecht. En eenmaal daar geplaatst moeten ze vervolgens gefikst worden. Meestal betekent dit dat de ‘gestoorde’ persoon begeleid wordt in het leren hoe hij of zij zich beter aan kan passen. Dit voor veel hoogbegaafden desastreus. Ze vragen hulp voor hun anders zijn en komen in een situatie terecht waar de problemen die ze ervaren zich al bij de eerste stap herhalen in de relatie tussen cliënt en therapeut. Doorgronden en begrijpen waarom iemand op dit moment in deze context deze problemen en klachten heeft, zonder ontregelingen a priori als stoornis in de hulpvrager te plaatsen, is van groot belang om goede hulp te kunnen bieden; net als de problematiek ook in het licht van hoogbegaafdheid te onderzoeken en te benaderen.

Waar kun je op letten bij het zoeken van een therapeut? 

  • Voel je je gehoord, begrepen en gekend?
  • Heb je het idee dat jullie samenwerken?
  • Mogen je emoties er zijn op een manier die voor jou goed voelt?
  • Hoe gaat de therapeut om met je vragen, opmerkingen en tegenwerpingen?
  • Ervaar je empathie, gelijkwaardigheid, acceptatie, respect en een positieve attitude?
  • Heb je het gevoel dat je zelfsturend vermogen wordt aangesproken, en je weer meer verbinding met jezelf ervaart?
  • Ben je al ‘ok’, of heb je het idee dat je het in de ogen van je therapeut nog moet worden?
  • Is je therapeut bereid dingen niet te begrijpen of ‘fout’ te zien.
  • Wat is de reactie als je hoogbegaafdheid inbrengt?
  • Gaat de therapeut uit van ‘de waarheid’ en ‘(beter) weten’ of is de houding onderzoekend en wordt er gewerkt op basis van hypotheses?
  • Is wat zich afspeelt tussen jou en de therapeut hetzelfde als waar je altijd tegen aanloopt? Zo ja, wat is de impact van deze herhaling en hoe wordt daar mee omgegaan als je er iets over zegt?

Terugblikkend was het een open, interactieve en bewogen avond waarbij het thema diepgaand is besproken. De (h)erkenning bij de aanwezigen leek als een warme douche en de betrokken houding van Zenda was hartverwarmend. De huidige versnelde diagnostiek kan een open en zo waardevrij mogelijke blik vanuit een betrokken hart in de weg staan, vindt de schrijfster van dit verslag.

Dank voor je lezing Zenda! 

En voor je zachtmoedigheid om te staan voor hoogbegaafden.

Wies Akkermans