Op de glijbaan naar ons graf

Op de glijbaan naar ons graf

‘Waarom praat je zo snel?’, vraag ik mijn vriend als ik hem even in de aandacht heb gevangen.

Hij praat niet alleen snel,

hij communiceert met Doppler-effect

’Dan heb ik meer tijd om uit te rusten’, antwoordt hij

Hoe ouder ik word, hoe sneller de tijd verstrijkt. Vooral als ik veel moet

Maar dat ene uur met de zon op mijn gezicht, voelt zoals het hoort:

e

i

n

d

e

l

o

o

s

 Met kloktijd heb ik moeite

Het kan me verbazen dat de wijzers doorgaan, terwijl ik  nog bij de tijd ben die net was.

 

Hoe anders is dat bij een lieve vriend. Hij regelt zijn leven in seconden. Zo kan hij heel veel doen.

Zijn dochter vindt het niks. Ze krijgt er de zenuwen van. Nèt voor het fluitje van de conducteur springt hij bij haar in de trein. Zolang hij er nog niet is stuurt ze hem berichtjes:

-‘Waar blijf je nou?’,

en

-‘Ben je al een beetje in de buurt?’,

of

-‘Reageer nou even.’

Hij is wél altijd wat nerveus. Of het er mee te maken heeft weet ik niet.

Ooit ontdekte ik dat anderhalf uur een natuurlijk verloop is van veel dingen die we doen

Als ademhalen op een ander niveau. Een goed gesprek, een film, een slaapcyclus. Ze deinen mooi in 90 minuten.

Maar een drukke baan en kinderen maakt een rustig ritme moeilijk. Dan ga je vaak veel sneller dan goed voelt.

Veel ouders zijn zo hun tijdloosheid kwijtgeraakt

Ik zie ze wekelijks in mijn praktijk. Het duizelt ze soms letterlijk. Dag in dag uit borden op een stokje houden vraagt onophoudelijke inspanning.

 

 

Pas als ze bij de pakken neer gaan zitten, lost het probleem zich op

Net als het vaasje van mijn moeder. Er zat een barstje in maar het was niet lek. Wel een lelijk hapje uit de bovenkant. Ik heb veel vaasjes van mijn moeder en maar weinig plek. Daarom moest dit vaasje weg. Maar eenmaal bij de stort ging ik toch twijfelen. Ik nam de herinnering voorzichtig in mijn handen. Maar die glipte naar de grond en bleef daar liggen.

In honderd stukjes

(oké, ik heb ze niet geteld)

Tussen de ijzeren containers deed ik op mijn knieën, samen met een grofvuilmedemens, de stukjes met gepaste stemming in een doos en praatte ik over mijn moeder en hoe lief ze was.

Toen ik naar huis reed was ik heel tevreden. Ik was het vaasje en de tijd kwijt, en zoveel rijker dan daarvoor.

 

De tijd delen. Niet alleen met anderen, maar ook door zichzelf. In de drukte vergeet ik het telkens weer:

als we veel te doen hebben, maar niet genoeg tijd om het voor elkaar te krijgen, raken we gejaagd

Tijdsdruk, heet dat.

Langdurig tijdsdruk ervaren, kan tot lijdensdruk leiden

Peter, een client (die eigenlijk Mark heet, maar dat kan ik voor de privacy niet zeggen), wordt al heel gespannen als hij weet dat hij volgende week iets heeft. Het maakt niet eens uit of het vervelend is of leuk. De rek is er uit. Hij heeft te lang geprobeerd tijdsdruk te trotseren. Nu gaat het niet meer. Niets gaat meer. Zijn lijstjes achtervolgen hem de nacht in. Als hij slaapt werkt hij ook door. Dat is erg frustrerend, want als hij wakker wordt, moet het allemaal weer opnieuw.

De kunst is te ont-moeten

Als ik haast, is mijn aandacht in de toekomst en verbind ik me niet meer. Dan mis ik belangrijke details. Hoe de oudste lacht en zijn schouders optrekt en dan zomaar op mijn vader lijkt. Hoe de jongste opeens woorden kiest die alleen voor zijn  leeftijd zijn.

Kinderen sjezen de volwassenheid in.

Wij  glijden voorzichtig naar ons graf.

Als mijn moetenlijst  te lang wordt mis ik eerst mijzelf en daarna anderen en dan zij mij

Een streep erdoor is moeilijk. Want alles heeft prioriteit. Vooral wat geen prioriteit heeft. Want dat is nodig om wat echt niet  leuk is voor me uit te schuiven.

Een plint schilderen als de belasting moet; een knoop aannaaien als de bamboe bijna bij de buren is.

Zo heb ik dubbel plezier van wat ik in gestolen tijd bereik.

Maar soms ont-moet ik mij helemaal.

Dan doe ik alleen wat prettig voelt. Tot ik weer tijdloosheid ervaar

en moeten mag